Additionele behandelingsstrategie bij hypothyreoïdie
Hypothyreoïdie heeft vaak een grote invloed op de kwaliteit van leven (QoL). In een recente meta-analyse werd de doeltreffendheid en veiligheid van behandelingen additioneel aan levothyroxine (LT4) geëvalueerd.
De huidige klinische consensus stelt dat alle patiënten met manifeste of subklinische hypothyreoïdie met TSH >10 mIU/L behandeling nodig hebben. Levothyroxine (LT4), de huidige standaard, wordt algemeen als veilig, doeltreffend en kosteneffectief beschouwd. Het brengt de biochemische parameters terug binnen de referentiewaarden en verbetert de symptomen bij de meeste patiënten. Nochtans blijft zowat 10% onder hen klachten houden.
Hoge prevalentie
Hypothyreoïdie is een van de meest voorkomende endocriene aandoeningen, met een impact op bijna het hele lichaam. In landen met voldoende jodiuminname bedraagt de prevalentie in de algemene bevolking ongeveer 2%, met een hoger percentage bij ouderen, tot 7% in de groep van 85 tot 89 jaar. Daarnaast wordt de prevalentie van niet-gediagnosticeerde hypothyroïdie in Europa op 5 tot 6% geschat.
Bestaande lacune
Zelfs wanneer TSH en FT4 volledig binnen de normen vallen, blijft 10% van de patiënten klachten houden met een aanzienlijke invloed op de kwaliteit van leven (QoL). Om dit aan te pakken, werden verschillende aanvullende behandelingsstrategieën naar voor geschoven, onder meer gerichte bewegingstherapie met aërobe beweging (AT) en resistentie-oefeningen (RT).
Een recente meta-analyse met 35 RCT’s en 3.508 patiënten toonde het volgende:
- wat betreft de kernindicator TSH: de combinatie van LT4+AT+RT verlaagt de TSH-waarden significant;
- afwijkende schildklierhormoonprofielen: de combinatie LT4 + Zink + Magnesium + Vitamine A verhoogt de FT4-waarden aanzienlijk, de toevoeging hieraan van Zink verhoogt de FT3-waarden, en de toevoeging van AT verhoogt FT4 nog verder;
- monotherapie met LT3 verhoogt het risico op bijwerkingen aanzienlijk.
Onderliggende mechanismen
Er is enerzijds de leptinehypothese: lichaamsbeweging remt de afgifte van leptine uit de adipocyten door de vetmassa te verminderen. Verlaagde leptinespiegels oefenen een dubbele inhibitie uit op de TRH-TSH-as. Er is een directe remming via TRH-neuronen in de paraventriculaire kern van de hypothalamus en er is een verminderde activatie van POMC-neuronen in de nucleus arcuatus met een verminderde α-MSH-productie. Deze effecten samen remmen de secretie van TSH door de hypofyse.
Daarnaast is de lokale regulatie van 5′-deiodinase type 2 (D2) een andere cruciale route. D2 is een essentieel enzym dat T4 omzet in het actieve T3. Lichaamsbeweging zorgt voor een verhoogde afgifte van catecholamines zoals norepinefrine die de activiteit stimuleren van specifieke enzymen met een opregulatie van D2, waardoor de T4- synthese en -afgifte wordt versneld, samen met de omzetting naar T3 met een verlaging van TSH als gevolg.
Voorkeursstrategie
De combinatie van LT4, AT en RT wordt naar voor geschoven als voorkeursstrategie voor het verlagen van TSH, het verbeteren van de kwaliteit van leven en de mentale gezondheid.
Referentie:
1. Lv X, Qin W, Li J, Du L. Additional treatment strategies for hypothyroidism: a network meta-analysis. Connect. 2026 Apr 8;15(4):e260011. doi: 10.1530/EC-26-0011.