Blaaskanker
Een nieuwe perioperatieve strategie
De presentatie van de resultaten van de KEYNOTE-905/EV-303-studie is een van de hoogtepunten geweest op het laatste congres van de ESMO. Die studie zal het beleid bij patiënten met een blaaskanker met spierinvasie die niet in aanmerking komen voor chemotherapie met cisplatine, zeker veranderen.

Patiënten met een blaaskanker met spierinvasie die niet in aanmerking komen voor een chemotherapie met cisplatine, vormen een hoogrisicopopulatie, die eigenlijk wat aan haar lot is overgelaten. Het betreft vaak oudere patiënten, die roken en nog meerdere andere ziektes en/of een verminderde nierfunctie vertonen. Historisch zijn die patiënten altijd uitgesloten in klinische studies.
In België worden die patiënten enkel behandeld met chirurgie. Chirurgie is nodig, zelfs bij een plaatselijke blaaskanker. Een radicale cystectomie heeft evenwel sterke invloed op de levenskwaliteit en vaak moet de patiënt dan een urinezak dragen. De vijfjaarsoverleving is slecht. Maar er is misschien toch licht aan het einde van de tunnel.
Nieuwe geneesmiddelen
De laatste jaren zijn nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld die de prognose van blaaskanker verbeteren en die het therapeutische beleid dan ook grondig hebben gewijzigd. In België wordt de combinatie enfortumab vedotin (EV) + pembrolizumab sinds vorige zomer terugbetaald als eerstelijnstherapie bij een plaatselijk gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom (1,2). Gezien de resultaten van de KEYNOTE-905/EV-303-studie zou het echter best kunnen dat die behandeling binnenkort ook zal worden toegepast bij een plaatselijke blaaskanker (3).
Een nieuw perioperatief beleid ….
De KEYNOTE-905/EV-303-studie is een fase III-studie uitgevoerd bij 344 patiënten met een blaaskanker met spierinvasie (T2-T4aN0M0 of T1-T4aN1M0) die niet in aanmerking kwamen voor cisplatine of die de behandeling hebben geweigerd. Op het laatste congres van de ESMO zijn de resultaten ervan gepresenteerd en die waren ronduit spectaculair. De studie heeft chirurgie alleen vergeleken met chirurgie plus perioperatieve toediening van EV en pembrolizumab. Het percentage complete pathologische respons (pCR) bedroeg 57,1% met die combinatietherapie versus 8,6% met chirurgie alleen. De evenementvrije overleving (EFS) was duidelijk beter: HR 0,40, dus een daling van het risico op recidief of overlijden met 60%, en het overlijdensrisico was 50% lager.
Het veiligheidsprofiel strookte met de eerdere bevindingen ter zake. De bijwerkingen waren aanvaardbaar en/of behandelbaar.
… al gevalideerd door de FDA
Op het ogenblik van de analyse waren de mediane EFS en de mediane totale overleving in de experimentele groep nog niet bereikt. Na een mediane follow-up van 25 maanden is het alvast opmerkelijk dat de helft van de patiënten nog in leven was. De FDA heeft die behandeling eind november goedgekeurd voor patiënten die niet in aanmerking komen voor cisplatine. Als het EMA volgt, wat waarschijnlijk zo zal zijn, zou dat nieuwe perioperatieve beleid weleens een nieuwe standaardbehandeling kunnen worden voor patiënten voor wie er nog geen gevalideerde systemische optie bestond.
Opmerkingen en referenties:
1. Enfortumab vedotin in monotherapie wordt terugbetaald na een behandeling met een platine en een PD-1- of PD-L1-antagonist.
2. Bron: BCFI (rubriek pembrolizumab).
3. “Perioperative (periop) enfortumab vedotin (EV) plus pembrolizumab (pembro) in participants (pts) with muscle-invasive bladder cancer (MIBC) who are cisplatin-ineligible: The phase III KEYNOTE-905 study”, gepresenteerd door C. Vulsteke op het congres van de ESMO in Berlijn op 18 oktober 2025.
>> Met dank aan dr. Jérémy Blanc, oncoloog aan het Jules Bordet Instituut-Academisch Ziekenhuis Brussel voor het nalezen van de tekst.