Mijn kind heeft niet bestaan. Dus ik heb geen rechten.
Vorige week werd ik weer mama. En opnieuw moest ik afscheid nemen.
Dr. Silke Stalpaert, huisarts-sportarts
Eind 2024 verloren we ons zoontje, Arto, op 17 weken zwangerschap. Zijn hartje stopte onverwacht. Geen verklaring. Brute pech.
Vorige week gebeurde het ondenkbare opnieuw. Onze dochter werd geboren op 23 weken na vroegtijdig breken van de vliezen. Ze leefde nog een uur. Een uur waarin we haar vasthielden, haar bekeken, haar probeerden op te slorpen. Een heel leven, samengeperst in zestig minuten.
Daarna lieten we haar achter. In een kistje. In het mortuarium. En de wereld… ging door. Letterlijk alsof er niets gebeurd was, want tot 24 weken zwangerschap heeft een kind in België officieel niet bestaan. Dat betekent: geen ouderschapsverlof. Geen rouwverlof. In theorie sta je de dag nadien opnieuw op je werk.
Ik ben huisarts. Ik werk dagelijks met kinderen. Met gezinnen. Met gezondheid. Maar niets aan dit alles voelt gezond. Niet het alleen achterlaten van mijn vrouw, net bevallen, met borststuwing en een lege buik. Niet het bellen met een begrafenisondernemer tussen twee consultaties door. Niet het antwoord “het moet wel”, wanneer de kleuterjuf van ons eerste zoontje vraagt “Gaat het?”.
We spreken steeds vaker over mentaal welzijn. Over preventie. Over mensgerichte zorg. Maar hier wringt het systeem. Ja, zwangerschapsverlies krijgt meer aandacht. Dat is waar. Maar de structuren volgen niet. De grens van 24 weken is administratief. Geen biologische realiteit. Geen psychologische waarheid. Geen ouderlijke ervaring.
Want dit was mijn kind. Ze had 10 vingertjes en 10 teentjes. Een gezicht. Een vooruitstekend kinnetje en kleine, zwarte haartjes. Ze werd vastgehouden. Bemind. Beweend. Ze heeft geleefd. En wij blijven achter.
Als arts begrijp ik de nood aan afbakening. Beleid vraagt grenzen. Definities. Criteria. Maar als moeder zie en voel ik de gevolgen. Rouw stopt niet bij 24 weken. Hechting begint niet bij 24 weken. Verdriet volgt geen wetgeving.
Wat hier ontbreekt, is geen kennis. Het is erkenning. Erkenning dat verlies vóór 24 weken even rauw, even ontwrichtend kan zijn. Erkenning dat ouders tijd nodig hebben. Om te rouwen. Om te herstellen. Om hun leven opnieuw vast te nemen. Erkenning dat gezondheid meer is dan fysiek herstel. Dat zorg ook betekent: ruimte geven aan verlies.
Dit is geen pleidooi voor complexe hervormingen. Het is een pleidooi voor menselijkheid. Voor basisrechten na zwangerschapsverlies, ongeacht de termijn. Voor rouwverlof. Voor bescherming. Voor tijd.
Mijn kind heeft volgens de wet niet bestaan. Maar ze was er. En zolang we blijven doen alsof de termijn een verschil maakt in dit rouwproces, blijven we ouders in hun meest kwetsbare moment alleen laten. Dus start daar. Niet bij cijfers. Niet bij grenzen. Maar bij de vraag: wat heeft een mens nodig, wanneer alles in elkaar stort?