Dubbele diagnose bij pijn
Pijn en psychiatrische aandoeningen komen vaak samen voor en zijn ook op biologisch, sociologisch en psychologisch vlak nauw met elkaar verbonden.
Bij chronische, hardnekkige pijn kan het in acht nemen van een dubbele diagnose en het behandelen daarvan, tot betere resultaten leiden.
Drie pijntypes
Pijn wordt ingedeeld in drie types: nociceptieve, neuropathische en nociplastische pijn.
Nociceptieve pijn of “gewone” pijn wordt veroorzaakt door verwondingen zoals snij- of brandwonden maar ook door chronische ontsteking, bijvoorbeeld in de gewrichten. De schade is doorgaans zichtbaar (zwelling, ecchymose, roodheid, afwijkende RX) en het mechanisme eenvoudig: de schade activeert nociceptoren.
Neuropathische pijn is het gevolg van zenuwbeschadiging na trauma of ziekte, soms detecteerbaar via MRI of biopsies, maar even vaak niet visualiseerbaar. Diabetische polyneuropathie en post-herpetische neuralgie zijn hiervan klassieke voorbeelden. De afwijkende sensorische signaaloverdracht speelt de hoofdrol bij het ontstaan van deze pijn.
Tot slot is er nociplastische pijn met een veranderde pijnverwerking in het zenuwstelsel zonder dat er aanwijzingen zijn voor weefselschade of zenuwlaesies. Dit komt vaak voor bij aandoeningen zoals fibromyalgie of prikkelbaredarmsyndroom, waar geen duidelijke fysieke afwijkingen worden gezien en waar pijn het gevolg is van centrale sensitisatie.
Overlappende biomarkers
Aan de hand van onderzoeken werden 56 belangrijke biomarkers geïdentificeerd die voorspellend zijn voor ernstige pijnklachten en daarmee samenhangend, toekomstige bezoeken aan de spoedeisende hulp (SEH). Belangrijk is daarbij de overlap die werd gezien tussen deze biomarkers en degenen die ook een rol spelen bij stress, angst, stemmingsstoornissen en cognitieve stoornissen. Sommige biomarkers zoals complement decay-accelerating factor (CD 55) vertonen een verminderde expressie bij sterke pijn, terwijl andere zoals Annexin A1 (ANXA1) net een verhoogde expressie vertonen.
De drie belangrijkste subtypes van pijn – nociceptieve, neuropathische en nociplastische pijn – vertonen een overlap met drie psychiatrische domeinen (angst, stemming en cognitie), net als de behandelingen ervoor.
In de praktijk
De kennis en de identificatie van overlappende biomarkers kunnen worden gebruikt om bij sommige patiënten de ‘dubbele’ diagnose te stellen, maar ook om hun profiel aan bepaalde medicatie te koppelen en de respons op de behandeling te meten (farmacogenomica).
In een recente publicatie (zie bron) stelt men panels voor met de belangrijkste biomarkers voor pijn. In de praktijk zou het profiel van een nieuwe geteste patiënt kunnen worden vergeleken met profielen in een database van vergelijkbare patiënten. Naarmate databases groter worden, kunnen er normatieve ‘normaalwaarden’ of ‘cut-offs’ van de biomarkers worden vastgesteld, net zoals bij alle andere laboratoriummetingen en zou men kunnen kijken naar combinaties van de beste universele biomarkers die in alle gevallen voorspellend zijn of die voorspellend zijn per geslacht en zelfs per diagnose.
Rekening houdend met de overlappende biomarkers bleek lithium, opvallend genoeg, een belangrijke therapeutische optie te zijn. Andere interessante overeenkomsten waren er voor omega-3-vetzuren, ketamine, magnesium en vortioxetine. Het feit dat geneesmiddelen die momenteel voor de behandeling van pijn worden gebruikt minder overeenstemming vertoonden is opvallend en toont dat daar ruimte is voor verbetering.
Bron: A. Niculescu et al. Special Report: Pain as a Dual-Diagnosis Disorder. Psychiatric News, Vol 61, nr. 3 https://doi.org/10.1176/appi.pn.2026.03.3.28